Bouwkundige en technische begrippen: van fundering tot dakvorm en verwarmingsketel.
- Aanneemsom
- Som waarvoor een bouwbedrijf de uitvoering van een werk aanneemt.
- Aannemingsovereenkomst
- Overeenkomst, waarbij de aannemer zich verbindt tegenover de aanbesteder een werk uit te voeren tegen de aanneemsom volgens een bepaald plan en voorwaarden, vastgelegd in een bestek.
- Atrium
- Een binnenplein of binnentuin in een gebouw.
- Bestek
- Een nauwkeurige beschrijving van een werk, de te gebruiken materialen, de voorwaarden en kwaliteitseisen bij de uitvoering van een werk en de bouwtekeningen die bij het bouwplan horen. Het bestek geldt tevens als een grondslag voor de aannemingsovereenkomst en voor controle op de kwaliteit van de bouw.
- Betonrot
- Aantasting van beton, waardoor de wapening is gaan roesten.
- Blokverwarming
- Centrale verwarming van een heel complex van woningen (bijvoorbeeld in een flatgebouw) vanuit één ketelhuis.
- Bouwbeslag
- Hang- en sluitwerk van een gebouw.
- Bouwbesluit
- Besluit op grond van de Woningwet. Hierin stelt de overheid minimumeisen en voorschriften vast voor bouw- en woontechnische bepalingen, waaraan nieuwbouw en bestaande woningen moeten voldoen.
- Bouwwerk
- Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal die direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in de grond.
- Cascobouw
- Vorm van woningbouw, waarbij slechts het casco wordt opgeleverd. De toekomstige bewoners kunnen dan de indeling zelf naar eigen inzicht (laten) afbouwen.
- Combiketel
- Centraleverwarmingsketel die ook zorgdraagt voor de warmwatervoorziening.
- Entresol
- Vloer tussen twee verdiepingen, die is aangebracht over een deel van de ruimte.
- Fundering
- De ondergrondse dragende delen van een gebouw.
- Heien
- Het in de grond drijven van heipalen voor de fundering van een gebouw.
- Hoogrendementsketel
- Een c.v.-ketel met een voorziening waarmee warmte wordt teruggewonnen uit rookgassen, waardoor deze een hoger rendement krijgt.
- Houtskeletbouw
- Bouwstijl waarbij de dragende delen van een gebouw bestaan uit een houten skelet van balken, kolommen en platen.
- Kruipruimte
- De ruimte tussen de vloer van de begane grond en de bodemafsluiting, bestemd voor leidingen en ventilatie.
- Lessenaarsdak
- Dak met een niet onderbroken schuin dakvlak.
- Meer- en minderwerk
- De verrekening van wijzigingen tijdens de bouw ten opzichte van wat bij de aanbesteding in bestek en tekeningen was vastgelegd. Het meer- en minderwerk wordt met de opdrachtgever verrekend. Bijvoorbeeld een buitenkraan of extra tegelwerk.
- Natte cel
- Bouwkundig begrip voor bad- of doucheruimte.
- Natuurlijke ventilatie
- Ventilatie die plaatsvindt door kieren in de woning en door het openen van ramen of deuren.
- Onderaannemer
- Aannemer die in opdracht van een hoofdaannemer een onderdeel van een bouwwerk voor zijn rekening neemt.
- Opstalverzekering
- Verzekering van een gebouw met eventuele bijgebouwen tegen onder andere brand- en stormschade.
- Overstek
- Een gedeelte van een dakrand die over de gevel doorloopt.
- Preventief onderhoud
- Onderhoud, met als doel toekomstige gebreken te voorkomen.
- Renvooi
- Lijst van symbolen en hun betekenis bij een bouwtekening.
- Revolutiebouw
- Naam voor niet-solide huizenbouw met slechte materialen in de grote steden, die in een hoog tempo zijn gerealiseerd.
- Schoonmetselwerk
- Metselwerk dat in het zicht blijft.
- Spiltrap
- Trap waarvan de treden rond een spil of as lopen (spiraalvormig).
- Spouwmuur
- Dubbele muur met daartussen een luchtruimte (spouw).
- Stadsverwarming
- Verwarmingssysteem waarbij de warmte en eventueel ook de voorziening van warm water in een wijk of gedeelte daarvan door middel van een buizenstelsel naar de gebouwen wordt gedistribueerd. Het gebouw heeft dan geen eigen c.v.-ketel.
- Stormschade
- Schade die door storm is veroorzaakt en waartegen men zich met een opstalverzekering kan verzekeren.
- Systeembouw
- Bouwwijze, waarbij gebruik gemaakt wordt van vooraf gefabriceerde grote onderdelen, zoals bijvoorbeeld hele wanden of grote blokken beton.
- Tentdak
- Dak met vier vlakken die in een punt samenkomen.
- Thermisch glas
- Glas met een hoge warmte-isolatiewaarde.
- Thermopane
- Merknaam van een dubbele glasconstructie in een kozijn met een vacuüm luchtspouw.
- Traditionele bouw
- Wijze van bouwen waarbij traditionele materialen en uitvoeringstechnieken worden toegepast.
- Uitvoerder
- Degene die bij de bouw belast is met de dagelijkse leiding op de bouwplaats.
- Wapening
- Vlechtwerk van ijzer, toegepast als versterking van een betonconstructie.
- Zadeldak
- Dakvorm bestaande uit twee schuine dakvlakken boven twee evenwijdige muren.
- Zwevende vloer
- Loshangende dekvloer (vaak parketvloer) die nergens contact met de wanden heeft. Heeft een geluidsisolerende werking.